-
-
- Beknopte
geschiedenis van Wageningen
-
- Wageningen is voor Nederlandse
begrippen een oude stad. Op de "Wageningse berg", bij
de Holleweg, zijn sporen van vroeg-middeleeuwse bewoning met
een kerkje aangetroffen. Vermoedelijk vestigden zich in de 12e
eeuw mensen op de westelijke uitloper van het Veluwe-massief,
nl. de tegenwoordige Bergstraat en Hoogstraat.
In het woelige grensgebied tussen Gelre en het Utrechtse Sticht
begon graaf Otto II in 1240 met de aanleg van versterkingen rond
het strategisch gesitueerde Wageningen. In 1263 ontving Wageningen
stadsrechten.
In het eerste kwart van de 16e eeuw gaf hertog Karel van Gelre
opdracht een fortificatie binnen de stadsgracht te bouwen. De
restanten van dit kasteel zijn enkele jaren geleden blootgelegd.
In het begin van de 17e eeuw werden de verdedigingswerken gemoderniseerd.
De dubbele gracht werd vergraven tot één enkele
brede stadsgracht en er werd een zestal bolwerken aangelegd (zie
plattegrond).
Aan het eind van de 17e eeuw vonden talloze verbouwingen aan
het Kasteel plaats, waarbij de leden van de familie TORCK een
belangrijke rol speelden. Lubbert Adolf Torck (1687-1758), burgemeester
van Wageningen en heer van Rosendael, liet kort na 1740 in de
Heerenstraat drie grote gebouwen met luxe huurwoningen neerzetten,
waarvan er nog twee over zijn: o.a. het voormalig hoofdgebouw
van de Landbouwuniversiteit, waar omheen de nieuwbouw van de
bekende Belgische architect Charles Vandenhove in gegroepeerd
(tegenwoordig Bassecour en Torckpark.
- (bron: Historische Vereniging
Oud Wageningen)
-

Plattegrond van Wageningen ca. 1650, getekend door Nic.van Geelkercken
-
-
- Steenfabriek de Bovenste Polder, getuige
van verdwenen Wageningse baksteenindustrie
-
- De Bovenste Polder dateert van
1923, maar de voorgeschiedenis van de steenfabriek begint al
in 1846. In dat jaar krijgen de compagnons Bowles en Lans, die
al de steenfabriek de Steenovensweert bezitten, vergunning voor
de oprichting van steenoven de Bovenste Polder in de Stompe Waarden
en de Essenswaarden. Zij kopen deze landerijen om er de steenoven
te bouwen, na met het polderbestuur overeenstemming te hebben
bereikt over de wijze van transport van de stenen. Het bestaande
pad over de zomerkade en door de uiterwaarden naar de Veerstraat
zal hiertoe niet gebruikt worden, maar de stenen zullen in schepen
worden ingeladen en over het water worden vervoerd.
-
- Beroerde arbeidsomstandigheden
In 1881 komt steenoven de Bovenste Polder met haar drie veldovens,
die intussen ook een uitbreiding heeft ondergaan, in het bezit
van H.D. Gideonse uit Brummen. Hij intoduceert in Wageningen
de toepassing van stoomkracht ten behoeve van de steenpersmachine.
De arbeidsomstandigheden zullen hier niet anders geweest zijn
dan elders, maar opmerkelijk is het wel dat Wageningen rond de
eeuwwisseling bekend stond als een baksteencentrum met veel arbeidsonrust,
een grote seizoenswerkloosheid en, vergeleleken met andere plaatsen,
een lage loonstandaard. Dit alles leidt in 1906 tot een staking
op de fabriek van Gideonse, waarbij de arbeiders aan het langste
eind trekken. Mede door deze gebeurtenis wordt in juli 1906 de
'Nederlandsche Bond van Steen- en Pannenbakkers' opgericht, die
haar zetel in Wageningen heeft.
-
Zig-zag
ringoven
Na enkele eigenaarswisselingen komt de fabriek in 1921 in het
bezit van L.J. Duijs. In 1923 bouwt hij de huidige Bovenste Polder,
die voorzien wordt van een zogenaamde zig-zag ringoven 'zijnde
een oven gebouwd van vuurvaste en gewone steenen met gietijzeren
stookputten en kranen en steenen schoorsteen, houten kap met
pannen gedekt, dienende tot het bakken van metselsteenen en straatklinkers,
zonder mechanische beweegkracht te gebruiken.' De oven, naar
een ontwerp van J.J. Wentink uit Utrecht, heeft 16 poorten, een
grondoppervlak van 735 vierkante meter en een centraal geplaatste
toren.
-
- Opgekocht
In 1930 koopt Duijs de naastgelegen fabriek de Hooge Waard. Vijfendertig
jaar later, bij raadsbesluit van 1965 worden beide fabrieken
door de gemeente opgekocht ten behoeve van stadsuibreiding in
de uiterwaarden. Op beide fabrieken samen zijn dan 55 personen
in dienst die jaarlijks 11,5 miljoen metselstenen afleveren.
Duijs zet zijn onderneming voort in de nieuwgebouwde fabriek
de Gelderse Waard, in Hedikhuizen aan de Maas bij Heusden.
-
- Gered door uitstel
De Hoge Waard wordt gesloopt, maar als er vertraging komt in
de toestemming voor het Uiterwaardenplan, wordt sloop van de
Bovenste Polder nog even uitgesteld. Dit uitstel is haar redding
geweest, want de Raad van State besliste in 1976 bij Koninklijk
Besluit dat de uiterwaarden geheel vrij van bebouwing moesten
blijven.
Wel was de schoorsteen van de Bovenste Polder intussen ingekort
van 48 meter tot 28 meter. Nu de provincie en de gemeente erkennen
dat de steenfabriek een waardevol historisch element is en kenmerkend
voor het Gelders landschap, zal de schoorsteen in haar oorspronkelijke
staat hersteld worden en zal de Bovenste Polder de status van
rijksmonument verwerven.
-
- Bron: Gemeente-archief Wageningen,
A.D. Benjamins, Geschiedenis van de steenfabrieken in Wageningen,
1991.
-
- 14 december 2000
-
-
- Stadhuis Wageningen
-
Alle
in deze geschiedenis van het Wageningse stadhuis opgenomen gegevens
zijn afkomstig uit Gemeentehuizen in Nederland (samengesteld
onder redactie van Thea & Jan de Roos). Het daarin opgenomen
artikel over het stadhuis van Wageningen, waarvan hier een enigszins
verkorte en bewerkte versie volgt, is van de hand van C.D. Gast,
gemeentearchivaris van Wageningen.
Een stadhuis met een veelbewogen
verleden
n
1263 ontving Wageningen van graaf Otto II van Gerle haar stadsrechten
en daarmee het recht op een eigen stadsbestuur. Waar dit stadsbestuur
in de Middeleeuwen vergaderd heeft is helaas niet bekend. Het
oudste bericht over een Wagenings raethuys dateert
van omstreeks 1650: op een vogelvluchtkaart is aangegeven dat
de Wageningse magistraat zetelde in de St.-Nicolaes- of Gasthuiskapel
in de Kapelstraat. Vermoedelijk gebeurde dat al sinds 1581, toen
de aanhangers van de Reformatie in Wageningen de macht overnamen
en de kapel niet meer voor de katholieke eredienst werd gebruikt.
- Dit gebouw zou in 1662 zijn
uitgebrand, althans volgens de 19e-eeuwse geschiedschrijver
G.Goossen Jzn. Toch was de kapel een jaar later nog (of weer?)
als raadhuis in gebruik. Maar niet voor lang, want in 1671 wordt
gesproken van de verpachting van het oude stadthuys
als lokatie van de stadswaag en vier jaar later wordt het gebouw
verkocht.
-
- Het Schutteryenhuys
- De geschiedenis van het huidige
stadhuis begint in of kort voor 1666, toen de stad het zogeheten
Schutteryenhuys kocht, gelegen op de hoek van de
Markt en de voormalige St.Annastraat. Vóór 1650
was het pand eigendom van het St. Anthonieschuttersgilde, waaraan
het zijn oude naam ontleent.
- In 1698 laat het stadsbestuur
de Nijmeegse architect Isaac van den Heuvel een plan tot hermakinge
van het stadhuis ontwerpen. Hierbij werd een groot deel van de
buiten- en binnenmuren afgebroken. Tegen de voorgevel aan de
Marktzijde verrees een bordes met een trap en een ingang van
Toscaanse pilasters, bekroond met een fronton met het wapen van
de stad.
-
- Aen alle kante duyster
- Op de bel-etage van het ingrijpend
vernieuwde stadhuis vergaderde in de raetcamer de
magistraat over bestuurlijke zaken, in de schepenkamer werden
akten ten overstaan van de schepenen gepasseerd en in de secretarie
werd de stedelijke administratie bijgehouden. In een uibouw aan
het einde van een brede gang kwam de vierschaar bijeen. Een verdieping
lager, op de begane grond, bevonden zich de bodenkamer, twee
geijzelkamers en twee cellen: een ligte gevangknis
met een getralied venster en een swaere gevangknis aen
alle kante duyster.
-
- Vrouwe Justitia
- In de 18e eeuw vinden
twee veranderingen plaats die nu nog te aanschouwen zijn. In
1722 verrijst bovenop de ingangspartij aan de voorgevel het beeld
van Vrouwe Justitia van de hand van Amsterdamse beeldhouwer Ingatius
van Logteren en in 1754 wordt de enkele, loodrecht op de voorgevel
geplaatste trap vervangen door het huidge bordes met twee trappen.
- In die tijd diende het stadhuis
ook als hoofdwacht van het in Wageningen gelegerde garnizoen
en als gevangenis voor gestrafte soldaten. Aan het einde van
de 18e eeuw verloor het stadhuis deze functie omdat
Wageningen geen garnizoensstad meer was. Haar rechterlijke functie
verloor ze in 1811, toen de rechtspraak in handen van het Rijk
kwam.
-
- 19e-eeuws uiterlijk
- De volgende ingrijpende verbouwing
heeft plaats in 1864. Uit dat jaar dateren de nu nog aanwezige
raamomlijstingen, de waterlijst onder de vensters en de bepleistering
met imitatienatuursteenvoegen in de onderbouw, die het stadhuis
haar 19e-eeuwse uitelijk geven. Door uitbreiding van
het gebouw met enige vertrekken aan de achterzijde ontstaat de
huidige L-vorm met de langste gevel aan de voormalige St-Annastraat.
- Door de drie verbouwingen die
daarna volgen wordt het oorspronkelijk 17e-eeuwse
karakte van het stadhuis nog verder aangetast. In 1922 komen
weer nieuwe vertrekken aan de achterzijde, waardoor de zijgevel
nog verder verlengd wordt. Sinds die tijd is de oorspronkelijke
hoofdingang gereserveerd voor trouwerijen en officiële ontvangsten.
In dat jaar verandert ook het aanzicht aan aan de binnenkant
van het stadhuis: eikenhouten wandbetimmering met ornamentenen
en beschilderde panelen boven de deuren en een van de schouwen
verschijnen in de raadzaal, de vergaderzaal voor B&W en de
burgemeesterskamer.
-
- Somber en stijlloos
- In mei 1940 ontkomt het stadhuis
op wonderbaarlijke wijze aan voltreffers van de Nederlandse artillerie,
die vanaf de Grebbeberg het Wageninse stadscentrum grotendeels
in puin schiet.
- In het begin van de jaren 50
wordt de huisvesting wederom aan de orde gesteld, want Wageningen
koestert ambities om uit te groeien tot een centrum van landbouwwetenschap.
De landbouwhogeschool is al in 1918 opgericht; in de vijftiger
jaren volgt de vestiging van tal van agrarische onderzoeksinstituten.
- Het stadhuis wordt in 1955 nogmaals
vergroot en ook het interieur wordt weer aangepakt. De uit 1922
daterende aankleding moet eraan geloven: het gemeentebestuur
noemt ze somber en stijlloos. Op advies van architect
A.J. van der Steur verdwijnen de wandbetimmeringen, de beschilderde
panelen en de in 1923 in de raadzaal aangebrachte glas-in-loodramen
uit het stadhuis.
-
- Brand
- Begin jaren 70 is er opnieuw
ruimtegebrek. In 1971 is weliswaar het aangrenzende postkantoor
aangekocht (in 1898 door rijksbouwmeester C.H. Peters in neo-Gothische
stijl ontworpen) en is een houten noodgebouw in gebruik genomen
op de hoek van de Markt en de Boterstraat, maar deze maatregelen
bieden slechts tijdelijk soelaas.
- Een erstige brand in het stadhuis
in de nacht van 2 op 3 maart 1972 zorgt bijna voor de rigoureuze
oplossing van het huisvestingsprobleem die door sommige plannenmakers
wel eens is geopperd, namelijk afbraak van het stadhuis. Gelukkig
weet de brandweer het monumentale gebouw te redden.
-
- Crisis
- Na tien jaar plannenmakerij,
bouwen en breken wordt in oktober 1984 de nieuwste uitbreiding
en verbouwing van het stadhuis in gebruik genomen. Dat is niet
zonder slag of stoot gegaan. In de jaren 77 en 78
belandt de plaatselijke politiek zelfs in een crisis over de
huisvesting van enkele gemeentelijke diensten en in 1980 moet
een volledig uitgewerkt plan van architect P. Wassink waaraan
een prijskaartje van 15 miljoen gulden hangt voor meer dan de
helft worden ingekrompen. In plaats van de twee oorspronkelijk
geplande bouwblokken is volgens het tweede ontwerp van Wassink
alleen de nieuwe
vleugel aan de Markt en de Boterstraat gerealiseerd.
-
- Twee
Wageningse wapenspreuken, en toch een lege banderol
-
- Gedurende vele eeuwen kende
Wageningen twee wapenspreuken, en toch is de banderol onder het
stadswapen van het stadhuis leeg. Het verhaal van de verdwijning
en de herontdekking van twee deviezen en van een stadbestuur
dat geen keuze kon maken.
-
- Alle in deze historie opgenomen
gegevens zijn ontleend aan het artikel Wageningse Wapenspreuken
van Cees Gast, archivaris bij de gemeente Wageningen. Dit artikel,
met bronvermeldingen, werd opgenomen in Oud Wageningen, Mededelingen
van de Historische Vereniging Oud Wageningen, 28e
jaargang, nr. 3, september 2000. Met dank aan Cees Gast en de
heer A.C. Zeven, bestuurslid Oud Wageningen voor hun welwillende
toestemming tot gebruikmaking van de gegevens.
-
Kracht
en hoop
Het gemeentewapen van Wageningen bestaat officieel sinds 7 oktober
1818. Op die dag is de afbeelding en beschrijving van het gemeentewapen
vastgesteld door de Hoge Raad van Adel. Opvallend is dat daar
geen spreuk bij hoorde. Toch zijn er vanouds twee spreuken of
wapendeviezen aan het gemeentewapen verbonden. De ene luidt Vires
acquirit eundo. Dit kan vertaald worden als men wint
al gaande aan kracht. Deze spreuk is te zien onder het
stadswapen dat is ingemetseld is in de zijgevel van het laatste
pand gelegen aan de noordzijde van de
Hoogstraat (huisnummer 109). Vlakbij bevond zich vroeger
de Bergpoort. De andere spreuk, Deus est fortitudo
spesque nostra, hetgeen betekent God is onze kracht
en hoop, treft men aan onder het stadswapen dat werd ingemetseld
in de gereconstrueerde
muur van de Nudepoort aan het begin van de Hoogstraat. De
twee stenen stadswapens dateren uit 1710; de ene bevond zich
boven de ingang van de Nudepoort, de andere boven de ingang van
de Bergpoort. Welke spreuk zich oorspronkelijk waar bevond, is
niet bekend.
-
- Spreukloos wapen
De reden waarom officieel geen van beide spreuken bij het stadswapen
opgenomen werd, is onbekend. Bij de vaststelling van de gemeentewapens
baseerde de Raad zich op de door de gemeenten zelf aangedragen
gegevens. De gemeenten gaven natuurlijk op wat zij als het gangbare
wapen beschouwden, al dan niet voorzien van attributen als kronen,
schildhouders en spreuken. Helaas kan niet meer achterhaald worden
welke informatie de Hoge Raad van Adel in 1818 uit Wageningen
ontving. De documenten hierover zijn onvindbaar. Het resultaat
was in ieder geval een spreukloos wapen. Toch moet het toenmalige
gemeentebestuur de spreuken gekend hebben. De stadswapens moeten
in die tijd nog aanwezig geweest zijn in de Nudepoort en de Bergpoort.
De keuze om ze geen officiële status te geven stoelt wellicht
op het feit dat het gemeentebestuur niet wist welke van de twee
spreuken het meest recht op die status had.
-
Krom
Latijn
Over de verklaring van de wapenspreuken kan het volgende gezegd
worden. De oorsprong van het devies Deus est fortitudo spesque
nostra of God is onze kracht en hoop is onbekend.
Mogelijk is het afgeleid van een psalmtekst.
Over het devies Vires acquirit eundo valt heel wat meer
te vertellen. Het is ontleend aan een passage van het gedicht
Aeneis van de Romeinse schrijver Vergilius: Fama vires
acquirit eundo, waarin Fama gerucht betekent.
De passage kan vertaald worden als het gerucht wint al
gaande aan kracht. In de Wageningse spreuk is Fama weggelaten,
waardoor de betekenis men wint al gaande aan kracht
is ontstaan. Enkele tussen 1890 en 1900 verschenen toeristische
gidsjes van Wageningen vermelden dat dit devies in een uitgebreidere
versie onder het stadswapen van het stadhuis prijkte: Vires
acquirit eundo Vadae. Het is een in krom Latijn gestelde,
op Wageningen (Vada) toegespitste variant en betekent zoietsl
als: Men wint kracht al gaande te Wageningen. In
vrije vertaling is hiervan gemaakt: Al gaande wint Wageningen
aan kracht.
Merkwaardig is dat deze wapenspreuk op fotos van het stadhuis
uit diezelfde tijd niet voorkomt. Mogelijk is het wapen al tijdens
een verbouwing van het stadhuis, bijvoorbeeld die van 1890, verwijderd
en zijn de gidsjes eenvoudigweg niet up-to-date gehouden.
-
- Zijden vaandel
Het is onduidelijk welke van de twee spreuken de oudste is. Wel
is bekend dat de spreuk Vires acquirit eundo [Vadae] in
of kort voor 1935 is aangetroffen op een nadien waarschijnlijk
verloren gegaan vaandel van de Sint Anthonieschutterij van Wageningen.
Dit blijkt uit het artikel De schuttersgilden van Wageningen
van de hand van J.A. Jolle, opgenomen in Bijdragen en mededelingen
van de vereniging Gelre. Jolle beschrijft zijn vondst als volgt:
een zijden vaandel (zeer dun en gescheurd) [...] met het
stadswapen, waaronder de bekenden wapenspreuk, afgesleten tot
op enkele letters....IT EUNDO.... Door puntjes achter EUNDO
te plaatsen suggereert Jolles dat achter dit woord nog ruimte
was voor enkele letters. De volledige tekst op het vaandel zou
dan luiden: Vires acquirit eundo Vadae. Van de ouderdom
van het vaandel is niets bekend. Zou het devies onder het stenen
wapen in de zijgeval van het huis Hoogstraat 109 dan onvolledige
zijn? Dat is niet waarschijnlijk. De letters zijn immers keurig
over het vlak van het daarvoor bestemde cartouche verdeeld.
-
- Het wapen van Torck
Het tussen 1890 en 1900 gesignaleerde stadswapen boven het bordes
van het stadhuis is vermoedelijk niet het eerste stadswapen op
die plaats. Uit de stedelijke boekhouding is bekend dat de Amsterdamse
beeldhouwer Henrick Torck in 1698 bij gelegenheid van de grondige
verbouwing (hermakinge) van het stadhuis een stadswapen
maakte. Dit moest in de voorgevel, boven het bordes, geplaatst
worden. Als het wapen bewaard is gebleven, dan zou dat het zandstenen
wapen moeten zijn dat is ingemesteld in een muur in het gemeentehuis,
boven een doorgang van het nieuwe naar het oude gedeelte op de
eerste verdieping.
Dit wapen is voorzien van de spreuk Deus fortitudo et spes
nostra en het woord Anno. Het bijbehorende jaartal
ontbreekt, maar dat moet zijn 1689. Dit is dus een iets andere
versie, maar de betekenis is dezelfde (speque = et spes). Dit
moet ook het stadswapen zijn dat blijkens het gemeentearchief
in 1951 nog lagen opgeslagen bij andere historische voorwerpen.
Uit de gegevens hierover blijkt dat dit wapen de spreuk in de
iets andere versie droeg en dat de datering Anno 1698
was. Het later op de zolder van het gemeentehuis gevonden stadswapen,
met een beschadiging waar het jaartal had moeten staan, is ongetwijfeld
het in 1951 gesignaleerde wapen.
Bij gelegenheid van de verbouwing en uitbreiding van het stadhuis
is het wapen gerestaureerd en op de al genoemde plaats ingemetseld.
-
- Onleesbare banderollen
Ook de uit 1710 daterende stadswapens bleken in 1951 nog te bestaan.
De restauratie en gedeeltelijke reconstructie van de Nudepoort
in 1967 vormde een goede aanleiding om ze weer in het stadsbeeld
op te nemen door ze - bij benadering - hun vroegere plaatsen
terug te geven. Waar welk stadswapen hoorde is, zoals gezegd,
niet bekend. Men kende wel enkele vroegnegentiende-eeuwse afbeeldingen
van de stadspoorten, waarop stadswapens met een banderol te zien
zijn, maar de teksten op de banderollen waren onleesbaar.
-
- Haast ongemerkte verdwijning
Het is niet bekend waarom het fraaigevormde, door Torck gemaakte
wapen is vervangen door het wapen met de spreuk Vires acquirit
eundo Vadae, dat op zijn beurt ook werd vervangen. Ook in
het laatste geval zijn datum en reden van verwijdering onbekend.
Het wapen dat nu boven het
oude stadhuis te zien is, heeft hoe dan ook een banderol
zonder tekst. De op een onbekend tijdstip verwijderde spreuk
die het woord Vadae bevat, bleef niettemin in de herinnering
bewaard, tenminste, tot voor kort. Bij de viering van het zevenhonderjarig
bestaan in 1963, werd de spreuk aangebracht op het voetstuk van
de fontein die ter ere van deze gelegenheid werd geplaatst op
de Markt. Daar heeft de spreuk 37 jaar geprijkt, totdat het voetstuk
bij een grondige renovatie van de fontijn in het voorjaar van
2000 werd vervangen door een ondersierde ronde sokkel. Daarmee
verdween de op Wageningen toegespitste variant van de spreuk
haast ongemerkt uit het stadsbeeld.
-
Terug naar Wagenigen.interstad
-
-
